Een kleurrijk, verwarmend ovengerecht voor november, boordevol seizoensgroenten, warme specerijen en een romige saus van tahini en citroen. De groenten worden heerlijk zoet en goudbruin in de oven, terwijl de frisse tahinisaus, granaatappelpitjes en verse kruiden voor een verrassend frisse smaak zorgen.
400 g flespompoen (butternut), in blokjes
2 middelgrote wortels, in schuine stukken
1 kleine bloemkool, in roosjes
1 rode ui, in partjes
1 rode paprika, in grove stukken
1 courgette, in halve maantjes
2–3 el olijfolie
1 tl gemalen komijn
1 tl gerookt paprikapoeder
½ tl gemalen kaneel
Zout en versgemalen zwarte peper
3 el tahini (sesampasta)
Sap van 1 citroen
1 klein teentje knoflook, fijn geraspt
4–6 el koud water
1 el olijfolie
Een snufje zout
2 el granaatappelpitjes
Een handvol verse peterselie of koriander, fijngehakt
2 el geroosterde amandelen of pompoenpitten
Eventueel een snufje chilivlokken
1. Verwarm de oven voor
Verwarm de oven voor op 200 °C (180 °C hetelucht).
Snijd alle groenten in ongeveer even grote stukken. Meng ze in een grote kom met de olijfolie, komijn, gerookt paprikapoeder, kaneel, zout en peper.
2. Rooster de groenten
Verdeel de groenten over een ruime bakplaat, zodat ze niet te dicht op elkaar liggen.
Rooster ongeveer 30–40 minuten. Schep halverwege om. De pompoen en wortels moeten zacht zijn en de bloemkool en ui mooi goudbruine randjes krijgen.
Controleer de courgette en paprika tussendoor; die kunnen iets eerder gaar zijn.
3. Maak de tahinisaus
Meng de tahini met het citroensap, de knoflook, olijfolie en een snufje zout.
Voeg beetje bij beetje het koude water toe terwijl je blijft roeren, tot je een gladde, romige saus krijgt. Proef en voeg eventueel extra citroensap of zout toe.
4. Serveer en werk af
Verdeel de warme groenten over een grote serveerschaal. Lepel de tahinisaus eroverheen of serveer deze apart.
Strooi de granaatappelpitjes, verse kruiden en geroosterde amandelen of pompoenpitten erover. Voeg eventueel wat chilivlokken toe voor een pittige kick.
Back to overview